“Ongeluk zit in een klein hoekje”. Oftewel; kleine fouten kunnen grote, ongelukkige gevolgen hebben. Als kind vond ik dat maar een onzinnig cliché. Ik had echter geen idee hoe correct dit spreekwoord zou blijken te zijn. Gebeurtenissen die ik in mijn hoofd altijd als klein en onbeduidend had bestempeld, blijken nu een bijna onuitwisbare indruk gemaakt te hebben. In mijn hoofd zijn die indrukken klein maar hun impact op mijn dagelijks leven is groot. Zo groot dat het soms voelt alsof hun invloed nooit kleiner zal worden.
Vorige zomer was ik net begonnen aan een nieuwe baan. De dagen op kantoor waren lang, de prikkels waren er in overvloede en na drie weken fietste ik door het Noorderplantsoen naar huis. Het stormde. De wolken in mijn hoofd waren net zo donker als de wolken in de lucht. Ik was doorweekt, elke trap tegen de wind in was een gevecht en voordat ik het wist ging mijn hart als een razende tekeer. Ik verloor de controle over ademhaling en ik kon niet meer. Ik kon niet meer vechten tegen de wind, tegen de chaos in mijn brein. Tegen de herbelevingen en het donker.
Dus daar zat ik dan. Hyperventilerend op een bankje in het plantsoen. Mijn tranen vermengden zich met de regendruppels op mijn wangen. Ik kon niet bewegen, ik kon niet praten, ik kon alleen zitten en de regen me laten doorweken. En ik dacht dat dat het was. Ik kon niet meer. En ik zag niet hoe ik ooit nog verder zou kunnen.
En toen stopte het. Al was het maar voor even. De wind sloeg me niet meer in mijn gezicht maar aaide vriendelijk mijn wang. Het regenwater voelde niet langer alsof ik erin zou verdrinken. En er was een stukje blauwe lucht. Niet meer dan een korte blik achter het gordijn van donkere wolken. Een stukje daadwerkelijke stilte in de storm. En in mijn achterhoofd hoorde ik de stem van mijn oma; “Het is nooit zo donker of het wordt wel weer licht wijffie”.
Dit kleine moment gaf mij de kracht om op te staan, mijn fiets te pakken en naar huis te gaan. Deze kracht kwam, net als al mijn ongelukken, uit een klein hoekje.
Dat moment liet me beseffen dat, hoe klein ook, zo'n stukje rust me de kracht kan geven om door te gaan. En ik probeer mezelf eraan te herinneren dat kracht en vooruitgang niet altijd in de grote doorbraken zitten.
Soms zijn het juist die korte momenten van rust; een glimlach, een koel briesje op een hete zomerdag, of gewoon even stilte in de storm. Het zijn die kleine, onverwachte dingen die ons laten zien dat we sterker zijn dan we denken. En dat, hoe zwaar en donker de wolken ook zijn, het altijd weer een beetje lichter wordt.