Want elk kind dat binnenkomt komt niet alleen met een tas vol spullen maar ook met een onzichtbare koffer.
In die koffer zit zijn of haar verhaal. Ervaringen van thuis, school en relaties.
Dingen die gezien zijn maar ook dingen die nooit zijn uitgesproken.
Of je nu voor de klas staat, naast een leerling zit of thuis aan de keukentafel zit. We kijken allemaal door onze eigen bril. En juist die bril bepaald hoe wij gedrag interpreteren. Zie ik een kind die ‘lastig’ doet? Of zie ik een kind dat iets te dragen heeft wat op dit moment te zwaar voelt?
Gedrag is nooit zomaar gedrag. Gedrag is communicatie.
Wat gebeurt er in het brein?
Wat ik steeds opnieuw zie is hoe weinig volwassenen (en kinderen) bewust zijn van wat er in het brein gebeurd bij stress en overprikkeling. Ons brein bestaat grofweg uit 3 delen:
Het reptielenbrein (overleven), het zoogdierenbrein (emoties & verbinden) en het mensenbrein (denken & leren).
Zolang een kind zich veilig voelt is dat mensenbrein beschikbaar. Maar zodra de spanning oploopt neemt het systeem het over. Dan schiet het brein terug naar overleven of emotie en is leren, luisteren of reflecteren nauwelijks mogelijk.
Dit geldt niet alleen op school. Ook thuis zie je dit terug. Een kind dat ontploft of zich terug trekt kán op dat moment simpelweg niet anders.
De window of tolerance
Iedereen heeft een window of tolerance: de ruimte waarin je spanning aan kunt en je in contact blijft met jezelf en de ander. Binnen die window lukt het om emoties te reguleren, samen te werken en tot rust te komen.
Buiten die window (zowel naar boven als naar beneden) raakt het systeem ontregeld. Boosheid, paniek, controleverlies, maar ook teruggetrokkenheid of ‘niets meer voelen’.
En wat vaak onderschat wordt is dat het wel 20 minuten kan duren voordat iemand weer terug komt bij die window.
Dat is geen keuze. Dat is het zenuwstelsel dat spreekt.
Van co-regulatie naar zelfregulatie
Wat een kind op dat moment nodig heeft is niet alleen uitleg of correctie maar nabijheid.
Iemand die blijft. Iemand die rustig is wanneer het kind dat zelf niet kan zijn.
Zelfregulatie ontstaat via co-regulatie. Door samen te ademen, samen te vertragen, samen te ontladen. Door te laten voelen: ik ben er, ook nu. Dat geldt in de klas maar net zo goed thuis.
Wanneer volwassenen naast een kind blijven staan (niet er boven of er tegenover) leert het brein veiligheid. En vanuit die veiligheid groeit het vermogen om het later zelf te kunnen.
Mentale gezondheid begint met gezien worden. Bij erkennen dat ieder mens een onzichtbare koffer draagt. Hoe we kijken, reageren en aanwezig zijn, maakt daarin het verschil. Op school, thuis, overal waar kinderen zijn, jong of oud.