De sportschool: frustratie in plaats van pijn
Tijdens een training in de sportschool werd ik gepusht om verder te gaan dan wat mijn lijf aankon. Een kramp schoot in mijn bovenbeen, maar het waren niet de fysieke signalen die me raakten. Tot mijn eigen verbazing sprongen de tranen in mijn ogen. Niet door de pijn, maar door frustratie — een emotie die ik jarenlang niet herkende omdat ze gedempt werd.
Door mijn grens aan te geven bij de trainer liet ik iets zien wat ik eerder verborgen hield: kwetsbaarheid. Het was een oefening in voelen, erkennen en uitspreken. Ik merkte hoe nieuw het was om mijn emoties te onderscheiden en serieus te nemen.
Slecht nieuws: onmacht in plaats van nuchterheid
Een paar dagen later kreeg ik slecht nieuws over mijn tante. Ongeneeslijk ziek. Vroeger kon ik nuchter reageren, het bericht lezen en doorgaan met mijn dag. Nu kwam de emotie direct. Tranen, deze keer uit onmacht. Mijn keel trok samen en woorden om haar te steunen kwamen niet.
Alles komt sneller binnen. Eerst voelen, dan denken. Dat geeft een nieuwe sensatie in mijn lijf: een innerlijke trilling, een golf die door me heen trekt. Soms is er even geen taal, alleen het besef van wat iets met me doet. En dat mag.
Grenzen aangeven: mijn ruimte terugclaimen
In de Kruidvat stond iemand zo dicht achter me dat ik zijn adem in mijn nek voelde. Vroeger zou ik het negeren. Nu draaide ik me om en zei rustig: “Kunt u een stap naar achteren doen? Het voelt niet fijn dat u zo dicht op me staat.”
Mijn voelen en mijn grenzen uitspreken zijn belangrijker dan ooit. Niet omdat ik zwakker ben, maar omdat ik alerter ben. Mijn lichaam geeft signalen die ik niet meer wegdruk. Ik luister. En ik handel.
Mijn stigma doorbreken
Mijn emoties en mijn gedrag veranderen. Mijn opdracht aan mezelf is simpel en tegelijk groot: het mag er zijn. Ik mag er zijn. Het accepteren van mijn hoogtes en laagtes is geen taboe meer. Ik heb mijn eigen stigma doorbroken — het idee dat ik alleen ‘goed’ was als ik stabiel was, als ik niet te veel voelde, als ik niet te veel schommelde.
Nu zie ik dat mijn gevoeligheid geen zwakte is, maar een deel van wie ik ben.
Verandering toelaten: mijn dochter vliegt uit
Stoppen met Lithium gaf stress. Grote veranderingen vermeed ik eerst. Maar toen mijn dochter een huis kreeg, besloot ik mee te helpen met klussen. Ik voelde de spanning, de angst om te versnellen, maar ik ging toch. Tussendoor nam ik pauzes om bij te komen en mijn eigen tempo te bewaken.
Ze verliet het ouderlijk nest, maar het lege-nestgevoel kwam niet. De ruimte in huis voelde juist als een verademing — een plek om mijn eigen ritme te vinden, om tot rust te komen, om mezelf opnieuw te ontmoeten.
Gesteund door vrienden
Natuurlijk was er angst dat ik zou versnellen zonder medicatie. Ik sprak daarover met vrienden. Zij namen net wat vaker contact op, een zachte sociale controle. Niet dwingend, maar zorgzaam. Het voelde fijn. Het was een ijkpunt voor hen én voor mij: het ging goed. Ik bleef in balans.
Mijn nieuwe ritme
Nu zit alles weer in mijn gewone ritme. De moestuin is winterklaar, mijn huis op orde. Ik wandel, schrijf en lees. Ik leef rustig, bewust, aanwezig. Het leven is goed.
Het voelt fijn om zonder Lithium te zijn — niet omdat het makkelijk is, maar omdat ik mezelf weer volledig voel. En dat is misschien wel de grootste winst. Het is geen garantie dat het zo blijft, in tijden met stress en externe factoren ben ik me ervan bewust dat het mis kan gaan. De kwetsbaarheid blijft , zie mijn verhaal met Stoppen met medicatie van 28-6-2026
Christina Bolt